Naar de inhoud
press

Op IVC ’s-Hertogenbosch gaan veertig zangers het gevecht aan met elkaar en met de muziek

Gepubliceerd 28 september 2026

Anne-Maartje Lemereis
Foto: Wouter Vellekoop

Uit Brabant Cultureel, door Camiel Hamans
Naar het originele artikel: Op IVC ’s-Hertogenbosch gaan veertig zangers het gevecht aan met elkaar en met de muziek - Brabant Cultureel

Het negenenvijftigste IVC in ’s-Hertogenbosch ontvangt veertig kandidaten die allemaal het verplichte werk moeten zingen. Componist Anne-Maartje Lemereis heeft er zeven verschillende versies van gemaakt. In een interview vertelt de componiste hoe zij dat aanpakte.

Geen muziekconcours zonder verplicht werk. Vaak een speciaal voor deze wedstrijd gecomponeerd stuk. De International Vocal Competition ’s-Hertogenbosch, IVC, die van 2 tot en met 10 oktober 2026 in het Theater aan de Parade plaatsvindt, doet niet anders en gaf Anne-Maartje Lemereis opdracht om een vocaal werk van een dikke 6 minuten te schrijven. Wie Is Anne-Maartje Lemereis (Amsterdam 1989), die als jonge dertiger in 2024 en 2025 al Componist der Nederlanden was. Hoe bedenkt iemand klassiek componist te willen worden en hoe schrijf je een stuk in opdracht? De componiste legt het uit.

Ruimte om muziek te maken

“Ik kom uit een gezin waar kunst en cultuur vanzelfsprekend waren. Mijn moeder speelde als amateur hobo, mijn vader was overdag ambtenaar maar ’s avonds en ’s nachts dichter. Hij speelde ook een beetje piano. Ik ben op de Vrije School gegaan en daar kreeg ik veel ruimte om muziek te maken. Het bleek dat ik, hoewel geen wonderkind, talent had. Ik speelde graag piano en schreef ook stukjes.”

“Na mijn middelbare school ging ik daarom naar het Conservatorium in Utrecht. Ik begon met klassiek piano, maar na een paar maanden besefte ik dat dit mij niet paste. Ik was een brave student en deed dus alles wat opgedragen werd. Maar ik draaide door en heb toen diep nagedacht. Ik vond het wel heel fijn aan het conservatorium, het was een beetje rommelig en voelde daardoor als een verlengde Vrije School. Ik wilde dus graag in Utrecht en op het conservatorium blijven en ben daarom binnendoor overgestapt naar de afdeling compositie, waar ik les kreeg van de Vlaamse componist Jeroen D’hoe.”

Overstap naar componeren

“Het is mij daar zo goed bevallen dat ik in feite nooit meer wegegaan ben. Ik geef er nu zelf les in compositie. Ik adviseer mijn studenten om na hun bachelor elders verder te gaan. Eens ergens anders te kijken, maar ik heb dat zelf niet gedaan. Ik had het plan om ter afsluiting van mijn mastersopleiding een opera te schrijven. Een master duurt maar twee jaar en ik kon me dus geen tijdverlies permitteren. Als je ergens anders heen gaat, moet je wennen en dat kost tijd. Bovendien heb je om een opera uitgevoerd te krijgen steun van alle kanten nodig.”

Wie ook maar heb ik ingeschakeld, de operaklas, familie, vrienden, maar ook mijn medeleerlingen uit de compositie en pianoklas.

“Ik kende het Conservatorium in Utrecht, waar ik uiteindelijk ben afgestudeerd met een dubbele master, want piano heb ik na enige tijd ook weer opgepakt, van binnen en van buiten en daar kon ik dus op iedereen een beroep doen. Alleen al voor het koor had ik tweeënveertig man nodig. Wie ook maar heb ik daarvoor ingeschakeld, de operaklas, familie, vrienden, maar ook mijn medeleerlingen uit de compositie en pianoklas. Ik heb alles zelf gedaan voor deze opera, ook de repetities geleid. Alleen de tekst niet. Mijn vader heeft het libretto geschreven, maar ik kon hem wel steeds vragen iets net wat anders te zeggen, als dat beter paste op de muziek.”

Een tunnel graven met een verfkrabber

“De opera heet ‘Graaf’ en is gebaseerd op het verhaal van Tottie Kiel, de vrouw die in 2010 uit de Bredase Koepelgevangenis wist te ontsnappen door een tunnel te graven met niet meer dan een verfkrabber. Naast het grote koor had ik zes solisten, een man, vijf vrouwenrollen, en een ensemble van zes instrumenten. Het is mijn eerste avondvullende opera geworden en die is tot nu toe jammer genoeg maar één keer uitgevoerd. Bij mijn afstuderen in 2015.”

“Intussen ben ik aan mijn vierde opera bezig, een opdracht van de Nederlandse Reisopera, die Thomas Beyer en Richard Ayers, een Britse componist die na zijn studie bij Louis Andriessen in Nederland is blijven wonen, gevraagd heeft een werk te schrijven dat per locatie kan wisselen en waarvoor een koor, orgel en de strijkers van Phion, het orkest van oostelijk Nederland, beschikbaar zijn.”

Alleen nog online contact

“Opera, lied en muziektheater zijn mijn eerste interesse. Het theatrale, de dramatische kant, die trekt mij. Het is daarom niet gek dat het IVC bij mij terecht is gekomen. Tot nu toe hebben we alleen nog online contact gehad. Andrew Watts, de directeur die zelf zanger is, in veel opera’s gezongen heeft en nog zingt en van tientallen stukken de wereldpremière verzorgde, heeft mijn werk gehoord en liet me weten dat wat ik voor stem doe, precies is wat hij wilde. Door Andrews positieve aanpak, heb ik het gevoel gekregen dat ik op deze plaats thuishoor.”

“De opdracht is helder: een lied met een lengte van zes minuten met een theatraal element. Aanvankelijk was het idee dat ik zou samenwerken met een tekstschrijver. Die trok zich echter terug en toen heb ik Andrew heel voorzichtig voorgesteld dat ik het zelf zou doen. Ik schrijf wel vaker mijn eigen teksten. Binnen vijf minuten, kreeg ik zijn antwoord ‘let’s do it’. Zo’n groot vertrouwen, dat is echt samenwerken.”

Het gaat over vliegen

“Bij het schrijven begin ik met de tekst. Een Nederlandse versie en een Engelse. Bij de muziek volg ik de ritmiek van de twee verschillende versies. Dat zijn niet zomaar vertalingen, maar hertalingen. Soms is de betekenis in het Engels bijvoorbeeld net iets anders dan in het Nederlands, dan is de muziek ook net anders. Ik ben begonnen met het Nederlands, dat ik vervolgens hertaalde naar het Engels. Vervolgens moesten er twee muzikale versies komen, een voor piano en een voor orkest. Tenslotte moest het stuk nog per stemtype aangepast worden. In totaal heb ik dus zeven versies geschreven. De pianoversie is naar de zangers die tot het concours toegelaten zijn. De orkestversie is deze zomer klaargekomen.”

“Ik heb voor de uitvoerenden vier mogelijke scènetjes geschetst, maar de zangers mogen het lied interpreteren en brengen zoals zij zelf willen. (…) Ik heb het geschreven met een opera-insteek, maar het is geen technisch hoogstandje.” Foto > Wouter Vellekoop

“Het lied dat in Den Bosch door alle veertig geselecteerde zangers die aan het IVC mogen meedoen gezongen moet worden, heet ‘Veren - Feathers’. Het gaat over vliegen. De wens om het te willen, maar het niet te kunnen. Dat is een onderwerp waar iedereen iets mee heeft, denk ik, en iets mee kan. Het biedt theatrale mogelijkheden. Je kunt het zien als een droevige, dramatische aria. Ik heb voor de uitvoerenden vier mogelijke scènetjes geschetst, maar de zangers mogen het lied interpreteren en brengen zoals zij zelf willen. Ook in de muziek kunnen de uitvoerenden hun eigen keuze qua dynamiek en tempo maken. Ik heb het geschreven met een opera-insteek, maar het is geen technisch hoogstandje. Toen ik het Andrew stuurde en hem vroeg, is dit het niveau wat je voor ogen hebt, kreeg ik binnen een uur als antwoord ‘ít’s amazing’.”

Actievoeren

“Het is niet zo dat ik de hele dag aan mijn tafel zit en muziek schrijf. Ik voer ook actie. Ik ga niet met een bord de straat op, maar ik doe wat ik denk dat er gedaan moet worden. Daarom zet ik me in voor de Nederlandse muziek. Niet alleen in de periode dat ik Componist der Nederlanden was, maar nu ook nog. Ik pleit ervoor dat Nederlandse orkesten die op tournee gaan per concert minimaal één Nederlands werk uitvoeren. Daarom pleit ik er ook voor dat levende Nederlandse componisten nieuwe, korte werken schrijven, zodat de orkesten ook voldoende keuze hebben.”

“Daarnaast ben ik al tien jaar bezig met een stichting die ik samen met collega-componist Remy Alexander opgericht heb en die zich vooral op het makerschap binnen muziekeducatie richt. Conservatoriumstudenten willen we niet uitsluitend tot zelfwerkzame componisten opleiden, maar juist tot compositiedocenten, zodat er aan alle muziekscholen ook componisten gevonden kunnen worden die leerlingen laten ervaren wat het is om muziek te schrijven. We zijn nu al zover dat onze compositiestudenten ook les krijgen in didactiek.”

597 zangers hebben zich aangemeld voor de International Vocal Competition, IVC, waarvan er veertig zijn toegelaten tot het concours. Uiteindelijk zullen acht tot tien zangers in de finale op zaterdagavond 10 oktober om de prijzen zingen. Met deze aantallen behoort IVC tot de grootste competities ter wereld, waardoor toelating tot de wedstrijd voor de deelnemers in feite al een eerste stap van een internationale carrière betekent. Een finaleplaats opent nog meer deuren, want in de jury zitten naast de voorzitter operaregisseur Sir David Pountney vijf casting directors van internationale gezelschappen en huizen.

IVC ’s-Hertogenbosch, 2 tot en met 10 oktober 2026 in het Theater aan de Parade.